Mijn genealogie (tak langs vaderskant) speelt zich vooral af in de gemeentes Nederbrakel en St.-Maria-Oudenhove.
Hieronder vind U een voorlopig beknopte beschrijving van Brakel en zijn deelgemeentes.



Bron tekst : Toerisme Brakel
Bron foto's : L. Kasteleyn



Brakel en zijn deelgemeentes
Een korte schets.



De Vlaamse Ardennen zijn gekend als een prachtig heuvelland.
Verscholen tussen de groene heuvels van Zuid-Oost-Vlaanderen ligt de pittoreske gemeente Brakel,
ontstaan door de fusie of samenvoeging van Nederbrakel, Opbrakel, Zegelsem, Elst, Michelbeke, Everbeek, Parike en een deel van St. Maria-Oudenhove.
Een gemeente die kan bogen op een ongerept natuurschoon in een bron- en bosrijke omgeving.

Het mooie Brakelbos en het schilderachtige Toeppark zijn onuitputtelijke bronnen voor stille recreatie.

Geklasseerde gebouwen, beschermde kerken, molens en hoeven zijn stuk voor stuk een bezoek waard en getuigen van een rijk cultureel patrimonium.

Gerenommeerde streekspecialiteiten zoals geutelingen en mattetaarten zijn in het Brakels' volwaardig toeristisch vakantieoord heerlijke lekkernijen.

Het is nauwelijks te geloven, dat de lome, slaperige rivier, zoals ze in de moerassige diepten van de Zwalmstreek verloren loopt in de Schelde, dezelfde zou zijn als de heuvelbeek die haar oorsprong heeft in de omgeving van het Brakelbos, en heel haar heftig karakter prent op de streek van Nederbrakel en op de omgeving van Michelbeke. En toch is dit zo, wanneer men bedenkt dat de val van deze rivier telkens gesperd wordt vóór een van de watermolens die zich erop bevinden.

OPBRAKEL.

De baan, die vanuit Ronse langsheen het bos van D'Hoppe naar Nederbrakel golft, laat in Opbrakel in feite de Vlaamse Ardennen achter zich en wiegt verder over zachtere glooiingen .
Ietwat teruggetrokken op de top van een korte helling, steekt de kerktoren van Opbrakel omhoog .
Achtkantig, massief en stoer in zijn 13e eeuwse denkvorm naast een gerenoveerde dorpskern en een omsluitende kerkhofmuur .
De beschermde St. Martinuskerk valt vooral op door haar talrijke verbouwingen die ze in het verleden heeft ondergaan .
Een fraaie kerk met een uitgesproken Rococo-interieur.

Opbrakel bezit eigenlijk als voornaamste toeristische troef : het 52 ha. groot Brakelbos, waarvan de eigenaar het O.C.M.W. van Oudenaarde is, maar telkens voor periodes van 9 jaar afgehuurd wordt door het gemeentebestuur van Brakel .
Dit bos werd op 14 juli 1976 officieel voor het publiek opengesteld als wandeloord .

Dat het Brakelbos deel uitmaakt van de oudst bewoonde gebieden van België, bewijzen de vele archeologische vondsten die werden gedaan in de onmiddellijke omgeving van het bos : silex-voorwerpen van meer dan 10.000 jaar oud .
Dit wijst er op dat de beboste toppen van de Pottelberg en de Modderodde sedert zolang werden bewoond .
Ook tijdens het Romeinse tijdperk werd deze omgeving in kaart gebracht voor de aanleg van wegen .
De gekende Romeinse heirbaan of "Brunehildeweg" die de Franse stad Bavai met Gent verbond
was één van de oudste verbindingswegen tussen Vlaanderen en Henegouwen .
De beuk is de voornaamste boomsoort in dit bos en het bos staat op zijn mooist eind april-begin mei
wanneer de wilde boshyacint dan massaal in bloei staat .
Het is trouwens niet voor niets dat het Brakelbos "het parelke van de Vlaamse Ardennen" wordt genoemd !

 



NEDERBRAKEL.

Uit een document van 1515 blijkt dat de huidige pilootgemeente toendertijd een niet onaanzienlijke gemeente was,
die een overdekt marktplein bezat, waarin wekelijks markt werd gehouden .
De forse toren van de dekanale kerk daterend uit het midden van de 16e eeuw heeft als spits de eigenaardige vorm van een halve peer .

Hier te Nederbrakel borrelt er sinds eeuwen uit de diepste bronnen het kostbaar water, het natuurlijk mineraalwater van de Top Bronnen omhoog .
Er wordt zelfs beweerd dat dit bronnenwater van honderden km. ver komt .
Dankzij die afstand, wordt het water op zijn lange tocht op natuurlijke wijze gefilterd .
Op geen enkel ogenblik komt het Top Bronnen mineraalwater in aanraking met de buitenlucht
aangezien het ondergronds in het natuurpark wordt opgevangen in grote reservoirs .
Op die wijze is elke besmetting uitgesloten en bezit het water een steeds constante weergaloze zuiverheid en uitmuntende smaak .
De firma Top Bronnen biedt aan groepen ook de mogelijkheid van een educatief programma .
Naast de audiovisuele montage bestaat dit programma uit een bezoek aan de bottelarij en een rondleiding in het natuurpark .
Het is zalig wandelen in dit Toppark .
Ook hier kan de wandelaar intens genieten van de pure lucht en wordt hij steeds opnieuw verrast door mooie boomsoorten,
glooiende grasvelden, vijvers en dichtbeboste heuvelflanken .
Nog hogerop bovenaan de heuvelkam op de Toepberg staat de mooie neogotische Toepkapel die boven de omgeving uitsteekt .

De oorsprong van deze kapel is namelijk te danken aan omstandigheden van de Eerste Wereldoorlog .
In de angst die op het einde van die oorlog de Brakelse bevolking aangreep,
dat tijdens de aftocht van de vijandelijke troepen onze streek de verwoestingen van het oorlogsgeweld zou te verduren krijgen,
vatte de toenmalige deken van de parochie de gedachte op, een kapel te bouwen toegewijd aan de H. Jozef,
indien de gemeente zou gespaard blijven van verwoestingen .
De kapel zou oprijzen op een hoogtepunt van de gemeente en uiteindelijk werd er gekozen voor de Toepberg
van waaruit men een prachtig zicht heeft op de omgeving .
Een brede statige trap die toegang verleent tot deze kapel van de Vrede stoot dit heiligdom als het ware nog hoger op de heuvelkam omhoog .
Rondom staan gedenkstenen, waarop de afbeeldingen uit het leven van Sint Jozef zijn aangebracht,
alsmede een groot kruisbeeld waarnaast de namen van de gesneuvelde soldaten en andere slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog zijn vermeld .

 



ST. MARIA-OUDENHOVE.

Tussen Nederbrakel en Michelbeke staat het kasteel van St. Maria-Oudenhove of het voormalige kasteel van Lilare,
waarvan de geschiedenis opklimt tot ver in de periode van de Middeleeuwen .
Verscholen achter een brede dreef staat de monumentale ingangspoort gekenmerkt door twee gespitste, vierkante hoektorens,
een trapgevel in Vlaamse Renaissance en een naderhand verbouwd koetsenhuis .
Het geheel zit vol statigheid en zwier net als het park dat een ware streling voor het oog is .

Sinds 1933 heeft de congregatie van de Zusters van St. Franciscus van Assisië uit Opbrakel er een onderwijsinstituut ondergebracht .

In de omgeving van dit Instituut bevindt zich het Mijnwerkerspad dat gebruikt wordt als wandel-en fietsroute .
Dit pad werd aangelegd op de oude spoorwegbedding van de lijn Ronse-Aalst in het jaar 1978 .
Het tracé Brakel-Zottegem volgt nagenoeg over haar volledige lengte de bedding van de Zwalmbeek .
Dit "Mijnwerkerspad" is beslist een aanrader voor elke wandelaar of fietser
die wil genieten van een bewonderenswaardig zalig-rustige omgeving van het 6 km. lange parcours.


 



MICHELBEKE en ELST.

Men zou haast kunnen zeggen dat beide gemeenten in zekere zin een coherent geheel vormen,
het ene in de verlengenis van het andere liggend, maar toch afzonderlijke karaktertrekken bezittend .
Het bloemendorp Michelbeke is ontegensprekelijk zeer nauw met de Zwalm verbonden .
De natuurlijke pracht en de aangename rust die uitgaan van de landschappen langsheen de Zwalmbeek
doen soms denken aan een schilderij van Breughel .
Windmolens en imposante hoeven behoren echter tot een cultureel patrimonium van vervlogen tijden .
Blikvanger van Michelbeke is de zeer spitse toren van de Sint-Sebastiaanskerk .

Het kerkgebouw zelf staat langs een kleine inham van het Sint Sebastiaansplein .
Vermeldenswaardig is de jaarlijkse ruiterommegang die er op de 3e zondag van de junimaand plaatsheeft .
De patroonheilige St. Sebastiaan werd er destijds aanbeden tegen de pestziekte die onder vee woekerde .
Vandaar die traditionele ommegang .

In de naburige deelgemeente Elst daarentegen kwam men eertijds van einde en ver
de hulp van de H. Apollonia inroepen om verlost te raken van de kwellende tandpijn .

Tandpijn was vroeger een alomverbreide kwaal zodat het niet te verwonderen is dat vele parochies "tandpijnheiligen" hadden met hun bedevaart . Volgens de volkskundige Isidoor Teirlinck die uit Zegelsem afkomstig was, waren de bedevaarten naar Elst veruit de belangrijkste uit de regio .
Wat er ook van zij, de zondag ná 9 februari is het te Elst telkenjare Apolloniakermis of geutelingenkermis .
De geutelingenfeesten hebben in feite een zeer speciaal karakter die men enkel te Elst kan beleven en meemaken .
Elst is een mooi dorp dat ligt op de overgang van de Vlaamse Ardennen naar de Zwalmstreek en heel in het bijzonder gekend is als het "Geutelingendorp".

De geuteling, een soort pannekoek, is een streekspecialiteit met als ingrediënten : tarwebloem, eieren, melk, gist, zout en een snuifje kaneel.

Sedert 1992 heeft Elst er zelfs nog een geutelingen of "Ovenmuseum" bijgekregen. Geïnteresseerden kunnen dit gaan bezichtigen wanneer de ovens in werking zijn en dit elke zaterdag en zondagnamiddag vanaf half januari tot einde februari. Buiten deze periode kan een bezoek gebracht worden na afspraak (Tel. 055/42.50.12, Ommegangstraat 3)

 



PARIKE en EVERBEEK.

Ook deze beide deelgemeenten van Brakel vormen in geologisch opzicht als het ware een homogeen geheel. Feit is dat Parike een zeer oud verleden heeft en reeds vermeld wordt in het jaar 866.
Aangezien er tot dusver over die gemeente nog geen enkele degelijke monografie werd gemaakt, bezitten we zeer weinig geschiedkundige gegevens. De beschermde St. Lambertuskerk met haar fraaie meubilering is zeker een bezoek waard. Tijdens zijn opstand tegen Filips De Goede in 1453 werd het dorp volledig in as gelegd door de Gentenaars, vandaar de benaming : Parike, het verbrande dorp.

In de onmiddellijke omgeving van het "Hotel Molenwiek" liggen tal van wandelpaden, waaronder het bewegwijzerde "Walmkenbrand-pad" waarvan de afstand 12 km. bedraagt.
Het parcours loopt zelfs door een gedeelte van Everbeek waardoor het agrarisch karakter van het Regionaal Landschap van Zuid-Oost-Vlaanderen nog sterker tastbaar wordt.

Ook Everbeek, dat helemaal ten zuiden van de Vlaamse Ardennen ligt en paalt aan de Provincie Henegouwen is in hoofdzake een uitgestrekt landbouwgebied.

Gevormd door twee afzonderlijke woonkernen zijnde het Boven en Benedenkwartier bezit deze gemeente uitzonderlijke toeristische troeven.
De sterkste troeven van Everbeek, een van de meest afgelegen hoeken van Oost-Vlaanderen, blijken de ongerepte natuur, de stilte en de weidse landschappen, bezaaid met pittoreske kapelletjes te zijn.
 
Als zeldzame bezienswaardigheden kunnen de beide kerken van de "Tweelingendorpen" Everbeek-Boven en Everbeek-Beneden vermeld worden.
De wandelaar op zoek naar puur-natuur zal in dit groene gebied ruimschoots aan zijn trekken komen.

 



ZEGELSEM : Jeugdlandschap van Herman Teirlinck.

Een puur agrarisch doch zeer aantrekkelijk gebied waar de toerist zich nog rustig kan voelen in een ongerepte industrie-vrije natuur. Een aparte wereld van landbouwers die de pure lucht niet bezoedelen met stinkende fabrieksgeuren. Een natuurgebied waar de romantiek nog zegeviert. Voor velen nog een onbekende wereld van ons Zuidvlaamse heuvelland, maar vooral een ideaal wandelgebied omdat vele kleine wandelpaadjes ook hier nog bewaard zijn gebleven.
Zo zou je Zegelsem kunnen omschrijven.

De gotische westtoren van de St. Ursmaruskerk daterend uit de 13e eeuw met enkele indrukwekkende oude linden naast het ommuurde kerkhof en het kleine dorpsplein maken de hoofdbestanddelen uit van een rustig maar literair welbekend dorp. Zegelsem is immers het geboortedorp van Isidoor Teirlinck, vader van de uitzonderlijk veelzijdige kunstenaar en eminente letterkundige, Herman Teirlinck, die in deze gemeente vaak zijn vakantie doorbracht.
In menig boek van Herman Teirlinck zal men zonder veel moeite heel de omgeving van Zuid-Oost Vlaanderen terugvinden.
De diepe indrukken die hij er tijdens zijn jeugdjaren heeft opgedaan drukken hun stempel op heel zijn verder leven.
Getuigenis hiervan is in grote mate de streekgebonden roman "Maria Speermalie".
In deze roman die later ook nog werd verfilmd herkennen we zonder moeite een groot gedeelte van de omgeving.

Zegelsem was voor Teirlinck een inspiratief startpunt. De smidse op het dorpsplein (die nu verdwenen is) en de windmolen te Sint-Kornelis-Horebeke (die er nog staat) beroerden hem in grote mate. Ook de beschermde "Perlinckmolen" gelegen in een vallei aan de grens met het naburige Elst en daterende uit 868 was een duidelijke inspiratiebron bij het schrijven van zijn mooie roman "Maria Speermalie".

"Ik heb te Zegelsem geleerd te leven van de simpele vruchten van de aarde, want in Zegelsem is alles aarde en water en lucht en groen en ruimte" schreef hij in zijn aantekeningen.
Het hoeft niet herhaald te worden : de diepe indrukken opgedaan in het paradijselijke Zegelsem tijdens zijn verblijven aldaar hebben een onuitwisbare invloed uitgeoefend op heel zijn leven en zijn literair oeuvre.